From owner-p4-projects@FreeBSD.ORG Fri Aug 8 08:40:34 2008 Return-Path: Delivered-To: p4-projects@freebsd.org Received: by hub.freebsd.org (Postfix, from userid 32767) id 79D66106567E; Fri, 8 Aug 2008 08:40:34 +0000 (UTC) Delivered-To: perforce@freebsd.org Received: from mx1.freebsd.org (mx1.freebsd.org [IPv6:2001:4f8:fff6::34]) by hub.freebsd.org (Postfix) with ESMTP id 227191065674 for ; Fri, 8 Aug 2008 08:40:34 +0000 (UTC) (envelope-from remko@freebsd.org) Received: from repoman.freebsd.org (repoman.freebsd.org [IPv6:2001:4f8:fff6::29]) by mx1.freebsd.org (Postfix) with ESMTP id 0ED438FC21 for ; Fri, 8 Aug 2008 08:40:34 +0000 (UTC) (envelope-from remko@freebsd.org) Received: from repoman.freebsd.org (localhost [127.0.0.1]) by repoman.freebsd.org (8.14.2/8.14.2) with ESMTP id m788eVHN020484 for ; Fri, 8 Aug 2008 08:40:31 GMT (envelope-from remko@freebsd.org) Received: (from perforce@localhost) by repoman.freebsd.org (8.14.2/8.14.1/Submit) id m788eT1e020480 for perforce@freebsd.org; Fri, 8 Aug 2008 08:40:29 GMT (envelope-from remko@freebsd.org) Date: Fri, 8 Aug 2008 08:40:29 GMT Message-Id: <200808080840.m788eT1e020480@repoman.freebsd.org> X-Authentication-Warning: repoman.freebsd.org: perforce set sender to remko@freebsd.org using -f From: Remko Lodder To: Perforce Change Reviews Cc: Subject: PERFORCE change 146897 for review X-BeenThere: p4-projects@freebsd.org X-Mailman-Version: 2.1.5 Precedence: list List-Id: p4 projects tree changes List-Unsubscribe: , List-Archive: List-Post: List-Help: List-Subscribe: , X-List-Received-Date: Fri, 08 Aug 2008 08:40:34 -0000 http://perforce.freebsd.org/chv.cgi?CH=146897 Change 146897 by remko@remko_nakur on 2008/08/08 08:39:59 Rene updated the advanced networking chapter largely. Include the diff here. Submitted by: Rene Ladan Affected files ... .. //depot/projects/docproj_nl/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/advanced-networking/chapter.sgml#4 edit Differences ... ==== //depot/projects/docproj_nl/nl_NL.ISO8859-1/books/handbook/advanced-networking/chapter.sgml#4 (text+ko) ==== @@ -1,9 +1,9 @@ @@ -33,7 +33,8 @@ - Hoe IEEE 802.11- en &bluetooth;-apparaten te installeren. + Hoe IEEE 802.11- en &bluetooth;-apparaten te installeren. + @@ -46,11 +47,12 @@ - Hoe network address translation te installeren. + Hoe Network Address Translation te installeren. - Hoe twee computers via PLIP met elkaar te verbinden. + Hoe twee computers via PLIP met elkaar te verbinden. + @@ -58,7 +60,12 @@ - Hoe ATM in te stellen + Hoe ATM in te stellen. + + + + Hoe de mogelijkheden van CARP, het Common Access + Redundancy Protocol, aan te zetten en te benutten. @@ -117,7 +124,7 @@ standaard. De standaardroute wordt gebruikt indien geen van de andere routes van toepassing zijn. Verderop wordt verder op standaardroutes ingegaan. Er zijn ook - drie getewaysoorten: individuele hosts, interfaces (ook wel + drie soorten geteways: individuele hosts, interfaces (ook wel verbindingen genoemd), en Ethernet-hardware-adressen (MAC-adressen). @@ -147,7 +154,9 @@ De eerste twee regels geven de standaardroute (die behandeld wordt in de volgende - sectie) en de localhost-route aan. + sectie) en de localhost-route aan. + + teruglusapparaat Het interface (kolom Netif) dat deze @@ -177,7 +186,8 @@ naar deze host automatisch verwijderd. Deze hosts worden geïdentificeerd door middel van een mechanisme dat bekend staat als RIP (Routing Information Protocol), dat routes naar - lokale hosts bepaald door middel van een kortste-pad algoritme. + lokale hosts bepaald door middel van een kortste-pad algoritme. + subnet @@ -185,8 +195,8 @@ 10.20.30.255 is het broadcast-adres voor het subnet 10.20.30, en - voorbeeld.com is de - domeinnaam die bij dat subnet hoort). De bestemming + example.com is de + domeinnaam die bij dat subnet hoort). De aanduiding link#1 verwijst naar de eerste Ethernetkaart in de machine. Merk op dat voor hen geen aanvullende interface is gespecificeerd. @@ -195,7 +205,7 @@ worden de routes automatisch ingesteld door een daemon genaamd routed. Indien dit niet draait, zullen alleen routes die statisch gedefinieerd (i.e. expliciet - vermeld) zijn bestaan. + vermeld zijn) bestaan. De regel met host1 verwijst naar deze host, het kent deze door het Ethernetadres. Aangezien het de @@ -254,16 +264,17 @@ C - Kloon: Maakt op bais van deze route een nieuwe + Kloon: Maakt op basis van deze route een nieuwe route aan voor machines waarmee verbinding wordt - gemaakt. Dit soort routen wordt gewoonlijk in lokale + gemaakt. Dit soort routes wordt gewoonlijk in lokale netwerken gebruikt. W WasGekloond: Geeft aan dat een route automatisch - was ingesteld gebaseerd op een LAN (kloon)-route. + was ingesteld gebaseerd op een LAN (kloon)-route. + @@ -285,11 +296,11 @@ moet maken, controleert het de routeertabel op reeds bekende paden. Indien de verre host binnen een subnet valt waarvan bekend is hoe het bereikt kan worden (gekloonde routes), - controleert het systeem of het met het daarbij horende interface - verbinding kan maken. + controleert het systeem of het met het daarbij behorende + interface verbinding kan maken. - Indien alle bekende paden falen heeft het systeem - één laatste mogelijkheid: de + Indien alle bekende paden falen, heeft het systeem + één laatste mogelijkheid: de standaardroute. Deze route is een speciaal soort gateway-route (gewoonlijk de enig aanwezige in het systeem) en is altijd gemarkeerd met een c in het @@ -300,7 +311,8 @@ Indien de standaardroute wordt ingesteld voor een machine die zelf als gateway naar de buitenwereld werkt, zal de - standaardroute de gateway-machine van de internetprovider zijn. + standaardroute de gateway-machine van de internetprovider zijn. + Hieronder volgt een voorbeeld van standaardroutes. Dit is een veelgebruikte opstelling: @@ -313,7 +325,7 @@ [Lokaal2] <--ether--> [Lokaal1] <--PPP--> [IP-Serv] <--ether--> [T1-GW] - + @@ -361,9 +373,10 @@ op het lokale netwerk van de internetprovider voor deze kant van de verbinding, routes voor alle andere machines op het lokale netwerk van de internetprovider automatisch aangemaakt worden. - Het is al bekend hoe de machine T1-GW bereikt - kan worden, dus is de tussenstap dat het verkeer eerst naar de - server van de internetprovider gestuurd wordt niet nodig. + Daarom is het al bekend hoe de machine T1-GW + bereikt kan worden, dus is de tussenstap dat het verkeer eerst + naar de server van de internetprovider gestuurd wordt niet + nodig. Het is gebruikelijk om het adres X.X.X.1 te gebruiken als het @@ -413,7 +426,7 @@ - <quote>Dual Homed</quote> machines + Dual Homed machines dual homed hosts @@ -430,16 +443,17 @@ Een alternatief is dat de machine slechts één Ethernet-kaart heeft en gebruikt maakt van &man.ifconfig.8; aliasing. Het eerste wordt gebruikt indien er twee fysiek - gescheiden Ethernet-kaarten in gebruik zijn, het laatste indien - er een fysiek netwerksegment is, maar er twee logisch gescheiden - subnetten zijn. + gescheiden Ethernet-netwerken in gebruik zijn, het laatste + indien er één fysiek netwerksegment is, maar er + twee logisch gescheiden subnetten zijn. In beide gevallen worden er routeertabellen aangemaakt zodat elk subnet weet dat deze machine de gedefinieerde gateway (ingaande route) naar het andere subnet is. Deze opstelling, - waarbij de machine dienst doet als router tussen twee subnetten, - wordt vaak gebruikt voor het implementeren van pakketfilters of - firewall-beveiliging in één of beide richtingen. + waarbij de machine dienst doet als router tussen de twee + subnetten, wordt vaak gebruikt voor het implementeren van + pakketfilters of firewall-beveiliging in één of + beide richtingen. Om deze machine daadwerkelijk pakketten te laten forwarden tussen de twee interfaces, moet aan &os; verteld worden dat het @@ -511,7 +525,7 @@ - + INTERNET | (10.0.0.1/24) Standaardrouter naar Internet | @@ -534,20 +548,21 @@ | 192.168.2.1/24 | Intern Net 2 - + In dit scenario is RouterA een &os;-machine die dienst doet als router naar de rest van het Internet. Het heeft een standaardroute ingesteld op 10.0.0.1, dat de router in staat - stelt om verbindingen met de buitenwereld te maken. Er wordt + role="ipaddr">10.0.0.1, dat het in staat stelt om + verbindingen met de buitenwereld te maken. Er wordt aangenomen dat RouterB reeds juist is ingesteld en dat het weet hoe het waar naar toe moet gaan. (In dit plaatje is dit simpel. Voeg een standaardroute op RouterB toe door 192.168.1.1 als gateway te gebruiken.) + role="ipaddr">192.168.1.1 als gateway te + gebruiken.) De routeertabel voor RouterA zou er ongeveer als volgt uitzien: @@ -582,9 +597,9 @@ Bovenstaand voorbeeld is perfect voor het instellen van een statische route op een draaiend systeem. Een probleem is - dat routeerinformatie verdwijnt indien de &os;-machine opnieuw - wordt opgestart. De manier om een statische route toe te - voegen is om het in het bestand + dat de routeerinformatie verdwijnt indien de &os;-machine + opnieuw wordt opgestart. De manier om een statische route toe + te voegen is om het in het bestand /etc/rc.conf toe te voegen: # Voeg Intern Net 2 als een statische route toe @@ -601,7 +616,8 @@ route_internnet2 toegevoegd waarin alle instellingsparameters staan die aan het commando &man.route.8; moeten worden doorgegeven. Voor - bovenstaand voorbeeld zou het volgende commando zijn gebruikt: + bovenstaand voorbeeld zou het volgende commando zijn gebruikt: + &prompt.root; route add -net 192.168.2.0/24 192.168.1.2 @@ -635,11 +651,12 @@ Het is al bekend dat routeertabellen aangemaakt kunnen worden zodat al het verkeer voor een bepaalde adresruimte (in ons voorbeeld een klasse-C subnet) naar een bepaalde host op dat - netwerk gezonden kan worden, dat de ingaande paketten doorgeeft. + netwerk gezonden kan worden, dat de ingaande paketten doorgeeft. + Wanneer een adresruimte aan een site wordt toegewezen, stelt de serviceprovider al hun routeertabellen zodanig in dat al het - verkeer voor het bijhorende subnet naar de PPP-verbinding op de + verkeer voor het bijhorende subnet naar de PPP-verbinding van de site gezonden wordt. Maar hoe weten sites door het land heen hoe naar de internetprovider van deze site te versturen? @@ -651,7 +668,8 @@ heeft een kopie van een master-verzameling van tabellen, die verkeer voor een bepaald netwerk naar een bepaalde backbone-carrier sturen, en vandaaruit naar een keten van - serviceproviders totdat het het netwerk van de site bereikt. + serviceproviders totdat het het netwerk van de site bereikt. + Het is de taak van de serviceprovider om bij de backbone-sites aan te geven dat zij het verbindingspunt (en dus @@ -667,7 +685,7 @@ Soms is er een probeem met routepropagatie en kunnen sommige sites geen verbinding maken. Misschien is het nuttigste commando om proberen uit te zoeken waar het routen misgaat - &man.traceroute.8;. Het is even nuttig als er geen verbinding + &man.traceroute.8;. Het is ook nuttig als er geen verbinding mogelijk lijkt met een verre machine (dus als &man.ping.8; faalt). @@ -705,11 +723,21 @@ via /etc/mrouted.conf aanmaakt. Kijk voor meer details over multicast-instellingen in de hulppagina voor &man.mrouted.8;. + + + Sinds &os; 7.0 is het multicast-routeer-daemon + &man.mrouted.8; uit het basissysteem verwijderd. Het + implementeert het multicast-routeer-protocol DVRMP + , welke in veel multicast-installaties grotendeels + is vervangen door &man.pim.4;. De gerelateerde gereedschappen + &man.map-mbone.8; en &man.mrinfo.8; zijn ook verwijderd. Deze + programma's zijn nu beschikbaar in de &os; + Ports Collectie als net/mrouted. + - + @@ -765,11 +793,11 @@ werkfrequenties, karakteristieken van de MAC-lagen waaronder frame- en zendsnelheden (communicatie kan met verschillende snelheden plaatsvinden). Later definieerde de 802.11a-standaard - het werken in de 5GHz band, wat ondermeer andere mechanismen - voor signalering en hogere zendsnelheden betekende. Nog later - werd de 802.11g-standaard gedefinieerd om gebruik te kunnen - maken van de signalerings- en zendmechanismen van 802.11a in de - 2,4GHz band zodanig dat het met terugwerkende kracht werkt op + het werken in de 5GHz band, inclusief andere mechanismen voor + signalering en hogere zendsnelheden. Nog later werd de + 802.11g-standaard gedefinieerd om gebruik te kunnen maken van de + signalerings- en zendmechanismen van 802.11a in de 2,4GHz band + zodanig dat het met terugwerkende kracht werkt op 802.11b-netwerken. Afgezien van de onderliggende zendtechnieken beschikken @@ -781,8 +809,8 @@ over het netwerk verstuurd worden te coderen. Alle stations dienen dezelfde sleutel te gebruiken om te kunnen communiceren. Het is bewezen dat dit mechanisme eenvoudig te kraken is en - wordt nu afgezien om voorbijgaande gebruikers te ontmoedigen het - netwerk te gebruiken nog zelden gebruikt. De huidige + wordt nu, afgezien om voorbijgaande gebruikers te ontmoedigen + het netwerk te gebruiken, nog zelden gebruikt. De huidige beveiligingsmethoden worden gegeven door de IEEE 802.11i specificatie dat nieuwe cryptografische algoritmen en een aanvullend protocol om stations aan een toegangspunt te @@ -800,32 +828,32 @@ WEP-sleutel is afgeleid. 802.11i staat het gebruik van TKIP toe maar vereist ook ondersteuning voor een sterkere sleutel, AES-CCM, om gegevens te versleutelen. (De AES-sleutel was niet - nodig in WPA omdat rekenkundig te kostbaar werd geacht voor - implementatie op oude hardware.) + nodig in WPA omdat het rekenkundig te kostbaar werd geacht voor + implementatie op verouderde hardware.) Afgezien van de bovenstaande protocolstandaarden is de andere belangrijke standaard waarvan bewustzijn belangrijk is 802.11e. Deze standaard definieert het opstellen van multi-mediatoepassingen zoals gestroomde video en voice over IP - (VoIP) binnen een 802.11-netwerk. Net als 802.11i, heeft ook + (VoIP) binnen een 802.11-netwerk. Net als 802.11i heeft ook 802.11e een voorgaande specificatie genaamd WME (later hernoemd tot WMM) die door een industriegroep is gedefinieerd als een deelverzameling van 802.11e die nu kan worden gebruikt om multi- - mediatoepassingen mogelijk te maken terwijl er op de - uiteindelijke ratificatie van 802.11e wordt gewacht. Het - belangrijkste om over 802.11e en WME/WMM te weten is dat ze - gepriotiseerd verkeersgebruik van een draadloos netwerk mogelijk - maken door middel van Quality of Service (QoS) protocollen en - protocollen voor verbeterde mediatoegang. Een juiste - implementatie van deze protocollen maken snelle gegevensbursts - en gepriotiseerde verkeersstromen mogelijk. + mediatoepassingen mogelijk te maken terwijl er gewacht wordt op + de uiteindelijke ratificatie van 802.11e. Het belangrijkste om + over 802.11e en WME/WMM te weten is dat ze gepriotiseerd + verkeersgebruik van een draadloos netwerk mogelijk maken door + middel van Quality of Service (QoS) protocollen en protocollen + voor verbeterde mediatoegang. Een juiste implementatie van deze + protocollen maken snelle gegevensbursts en gepriotiseerde + verkeersstromen mogelijk. Sinds versie 6.0 ondersteunt &os; netwerken die met 802.11a, - 802.11b, en 802.11g werken. Ook worden de veiligheidsprotocollen - WPA en 802.11i ondersteund (samen met 11a, 11b, of 11g) en QoS - en de verkeerspriorisatieprotocollen die nodig zijn voor de - protocollen WME/WMM worden voor een beperkte verzameling - draadloze apparatuur ondersteund. + 802.11b, en 802.11g werken. Ook worden de + veiligheidsprotocollen WPA en 802.11i ondersteund (samen met + 11a, 11b, of 11g) en QoS en de verkeerspriorisatieprotocollen + die nodig zijn voor de protocollen WME/WMM worden voor een + beperkte verzameling draadloze apparatuur ondersteund. @@ -851,12 +879,12 @@ if_ath_load="YES" Het stuurprogramma voor Atheros is opgedeeld in drie - verschillende delen: het eigenlijke stuurprogramma (&man.ath.4; - ), de ondersteuningslaag voor de hardware die chip-specifieke - functies afhandelt (&man.ath.hal.4;), en een algoritme om de - snelheid om frames te verzenden te kiezen uit een reeks - mogelijke waarden (hier ath_rate_sample). Indien deze - ondersteuning als modules wordt geladen, zullen de + verschillende delen: het eigenlijke stuurprogramma ( + &man.ath.4;), de ondersteuningslaag voor de hardware die + chip-specifieke functies afhandelt (&man.ath.hal.4;), en een + algoritme om de snelheid om frames te verzenden te kiezen uit + een reeks mogelijke waarden (hier ath_rate_sample). Indien + deze ondersteuning als modules wordt geladen, zullen de afhankelijkheden automatisch afgehandeld worden. Voor andere apparaten dan die van Atheros dient de module voor dat stuurprogramma geladen te worden; bijvoorbeeld: @@ -872,23 +900,23 @@ dient aangepast te worden aan de lokale installatie. Een lijst van beschikbare draadloze stuurprogramma's staat aan begin van de hulppagina &man.wlan.4;. Indien er geen - origineel stuurpgroamma voor het draadloze apparaat bestaat, - is het mogelijk om te proberen om direct het stuurprogramma - van &windows; proberen te gebruiken met behulp van de - stuurprogramma-wrapper NDIS. Nadat het apparaatstuurprogramma is ingesteld is het ook nodig om de ondersteuning voor 802.11-netwerken waarvan het stuurprogramma gebruik maakt in te stellen. Voor het - stuurprogramma voor &man.ath.4; is dit minimaal de module + stuurprogramma &man.ath.4; is dit minimaal de module &man.wlan.4;; deze module wordt automatisch geladen met het stuurprogramma voor draadloze apparaten. Daarvoor zijn ook de modules nodig die cryptografische ondersteuning implementeren - voor de optioneel te gebruiken veiligheidsprotocollen. Het is - de bedoeling dat ze dynamisch door de module &man.wlan.4; - worden geladen maar momenteel dienen ze handmatig ingesteld te + voor de te gebruiken veiligheidsprotocollen. Het is de + bedoeling dat ze dynamisch door de module &man.wlan.4; worden + geladen maar momenteel dienen ze handmatig ingesteld te worden. De volgende modules zijn beschikbaar: &man.wlan.wep.4;, &man.wlan.ccmp.4;, en &man.wlan.tkip.4;. Zowel de stuurprogramma's &man.wlan.ccmp.4; en @@ -950,7 +978,179 @@ netwerk heeft een eigen naam, deze naam wordt de SSID van het netwerk genoemd. Draadloze cliënten verbinden zich met de draadloze toegangspunten. + + + &os; cliënten + + + Hoe toegangspunten te vinden + + Voor het scannen van netwerken wordt het commando + ifconfig gebruikt. Het kan even duren + voordat dit verzoek is afgehandeld aangezien het systeem op + elke beschikbare draadloze frequentie naar toegangspunten + moet zoeken. Alleen de super-gebruiker kan zo'n scan + opzetten: + + &prompt.root; ifconfig ath0 up scan +SSID BSSID CHAN RATE S:N INT CAPS +dlinkap 00:13:46:49:41:76 6 54M 29:3 100 EPS WPA WME +freebsdap 00:11:95:c3:0d:ac 1 54M 22:1 100 EPS WPA + + + Het interface dient als up te worden gemarkeerd + voordat het scannen begint. Voor verdere scans is het + niet nodig om het inferface als up te markeren. + + + De uitvoer van een scanverzoek vermeld elk gevonden + BSS/IBSS-netwerk. Naast de naam van het netwerk, + SSID, staat het BSSID, + wat het MAC-adres van het toegangspunt is. Het veld + CAPS identificeert het type van elk + netwerk en de mogelijkheden van de stations die daar + werkzaam zijn: + + + + E + + + Uitgebreide dienstenverzameling (ESS). Geeft aan + dat het station deel uitmaakt van een + infrastructuurnetwerk (in tegenstelling tot een IBSS-/ + ad-hoc-netwerk). + + + + + I + + + IBSS-/ad-hoc-netwerk. Geeft aan dat het station + deel uitmaakt van een ad-hoc-netwerk (in tegenstelling + tot een ESS-netwerk). + + + + + P + + + Privacy. Vertrouwelijkheid is vereist voor alle + gegevensframes die binnen het BSS worden uitgewisseld. + Dit betekent dat dit BSS eist dat het station + cryptografsiche middelen als WEP, TKIP of AES-CCMP + dient te gebruiken om de gegevensframes die met + anderen worden uitgewisseld te versleutelen en te + ontsleutelen. + + + + + S + + + Korte preambule. Geeft aan dat het netwerk korte + preambules gebruikt (gedefineerd in 802.11b Hoge + Snelheid/DSSS PHY, korte preambule gebruikt een + 56-bits synchronisatieveld in tegenstelling tot een + 128-bits dat bij lange preambules wordt gebruikt). + + + + + + s + + + Korte slottijd. Geeft aan dat het 802.11g-netwerk + een korte slottijd gebruikt omdat er geen verouderde + (802.11b) stations aanwezig zijn. + + + + + Het is ook mogelijk om de huidige lijst van bekende + netwerken weer te geven met: + + &prompt.root; ifconfig ath0 list scan + + Deze informatie kan automatisch bijgewerkt worden door + de adapter of handmatig met een + verzoek. Oude gegevens worden automatisch uit de cache + verwijderd, dus kan deze lijst na verloop van tijd korter + worde tenzij er meer scanverzoeken gedaan worden. + + + + Basisinstellingen + + Deze sectie geeft een eenvoudig voorbeeld hoe de + draadloze netwerkadapter in &os; zonder encryptie aan de + praat te krijgen. Nadat deze concepten bekend zijn, wordt + het sterk aangeraden om WPA te gebruiken om + de draadloze netwerken op te zetten. + + Er zijn drie basisstappen om een draadloos netwerk in te + stellen: een toegangspunt kiezen, het station authenticeren, + en een IP-adres instellen. De volgende secties behandelen + elk een stap. + + + Een toegangspunt kiezen + + In de meeste gevallen is het voldoende om het systeem + een toegangspunt gebaseerd op de ingebouwde heuristieken + te laten kiezen. Dit is het standaardgedrag wanneer een + interface als up wordt gemarkeerd of als een interface + wordt ingesteld door het te noemen in + /etc/rc.conf, bijvoorbeeld: + + ifconfig_ath0="DHCP" + + Indien er meerdere toegangspunten zijn en het gewenst + is om een specifieke te kiezen, kan dit met het SSID: + + + ifconfig_ath0="ssid uw_ssid_hier DHCP" + + In een omgeving waar meerdere toegangspunten hetzelfde + SSID hebben (vaak gedaan om roamen eenvoudiger te maken) + kan het nodig zijn om met één specifiek + apparaat te associëren. In dit geval kan ook het + BSSID van het toegangspunt gespecificeerd worden (het SSID + kan ook weggelaten worden): + + ifconfig_ath0="ssid uw_ssid_hier bssid xx:xx:xx:xx:xx:xx DHCP + + Er zijn andere manieren om de keuze van een + toegangspunt te beperken zoals het beperken van het aantal + frequenties waarop het systeem scant. Dit kan handig zijn + bij multi-band-netwerkkaarten aangezien het scannen van + alle mogelijke kanalen tijdrovend kan zijn. Om de werking + tot een specifieke band te beperken kan de parameter + gebruikt worden; bijvoorbeeld: + + + ifconfig_ath0="mode 11g ssid uw_ssid_hier DHCP" + + zal de kaart forceren om te werken in 802.11g welke + alleen voor 2,4GHz frequenties is gedefinieerd dus de 5GHz + kanalen blijven buiten beschouwing. Andere manieren om + dit te doen zijn de parameter , + om bewerkingen op één specifieke frequentie + vast te zetten, en de parameter , + om een lijst van te scannen kanalen te specificeren. Meer + informatie over deze parameters kan in de hulppagina + &man.ifconfig.8; gevonden worden. + + + + + @@ -1837,7 +2037,7 @@ - Er zijn minstens twee manieren om de kernel over het + Er zijn minstens twee manieren om de kernel over het netwerk te laden: @@ -2075,7 +2275,7 @@ max-lease-time 7200; authoritative; -option domain-name "voorbeeld.com"; +option domain-name "example.com"; option domain-name-servers 192.168.4.1; option routers 192.168.4.1; @@ -2086,14 +2286,14 @@ host margaux { hardware ethernet 01:23:45:67:89:ab; - fixed-address margaux.voorbeeld.com; + fixed-address margaux.example.com; next-server 192.168.4.4; filename "/data/misc/kernel.diskless"; option root-path "192.168.4.4:/data/misc/diskless"; } host corbieres { hardware ethernet 00:02:b3:27:62:df; - fixed-address corbieres.voorbeeld.com; + fixed-address corbieres.example.com; next-server 192.168.4.4; filename "pxeboot"; option root-path "192.168.4.4:/data/misc/diskless";